Inspiratie uit Binnen- en Buitenland: Kinderopvang en gezonde voeding

Hoe leren kinderen om gezond te eten? En wat komt er allemaal bij eetmomenten kijken? Gemiddeld hebben kinderen in Nederland erg weinig tijd voor hun, vaak niet zo gezonde, lunch. Dit wordt in andere landen beter geregeld. Hieronder kunt u meer lezen over de internationale lezing van prof Jaap Seidell en wat we hiervan kunnen leren.

Eind augustus bezocht ik een lezing van prof Jaap Seidell, hoogleraar aan de VU Amsterdam, hoofd van het Institute voor Health Sciences, en directeur van het Sarphati instituut. Professor Seidell gaf een lezing over hoe we kunnen zorgen dat kinderen en jongeren gezonde voeding nuttigen. Zijn lezing vond plaats tijdens een internationaal congres en de zaal was gevuld met pedagogen uit heel Europa. Zijn verhaal was dus ook gericht aan een Europees publiek en dat zorgde ervoor dat hij begon met een uitgebreide toelichting van wat en hoe kinderen in Nederland eten. Soms is het fijn om te gluren bij de buren en juist inspiratie op te doen in andere culturele contexten, en soms is het fijn om te merken hoe mensen uit die andere contexten reageren op onze gebruiken en gewoontes. Tijdens deze lezing was dit laatste het geval. Zowel uit het verhaal van Jaap Seidell als uit de reactie van collega’s uit het buitenland, kwam duidelijk naar voren dat Nederland opvallende gewoonten kent ten opzichte van voeding.

Allereerst bleek dat kinderen op Nederlandse scholen gemiddeld 8 minuten hebben om hun lunch te eten. Dit staat in schril contrast met de 1,5 uur die ze bijvoorbeeld in Frankrijk krijgen. Ook bleek dat de meeste Nederlandse kinderen niet van groenten houden en de dagelijkse groenteporties erg klein zijn. Ook hier werd duidelijk dat in landen waar een uitgebreide warme lunch genuttigd wordt met salades en groenten als bij- of hoofdgerecht, kinderen minder moeilijk zijn in het nuttigen van gezonde, vezelrijke, groenten. Bovendien kan een lunch die door school verzorgd wordt, ervoor zorgen dat alle kinderen toegang krijgen tot gezonde voeding. Professor Seidell noemde ook dit belang van schoollunch, met name in sommige wijken. Opvallend genoeg (toeval of niet?) kondigde de regering tijdens Prinsjesdag aan dat er geld wordt vrijgemaakt voor een gratis schoollunch.

Terwijl dit een belangrijke ontwikkeling is in het ondersteunen van gezinnen die niet de middelen hebben om hun kinderen gezonde voeding te bieden, kan een schoollunch ook andere positieve effecten hebben. Ik herinner mij de sociale interacties en levendige gesprekken tijdens de lunches die ik ooit als docente bijwoonde in Italiaanse scholen. Er werd goed gegeten, ook de groenten, en wij als opvoeders aten samen met de kinderen wat ten goede kwam aan een huiselijke sfeer. Eetmomenten gaan tenslotte niet alleen om het eten, toch? Ook in Seidell’s lezing kwam dit terug. Hij noemde een prachtig voorbeeld waarbij ouders betrokken werden bij het koken van de lunch voor de hele school. De ouders mochten zelf aangeven welke ingrediënten ze nodig hadden en kwamen op school koken. Ik kan mij voorstellen dat dit ten goede komt van de sociale en culturele interacties tussen kinderen, ouders, en scholen. En, terwijl ik positief sta tegenover het initiatief om gratis schoollunch mogelijk te maken, vraag ik mij ook af of we dit breder kunnen trekken. Zouden we langzaam kunnen groeien naar een kinderopvang en onderwijs systeem waarbij eten onderdeel wordt van een sociaal construct waar opvang, onderwijs, en gezin elkaar treffen in sociale- en culturele interacties gevuld met gezonde voeding?  

Door: Saskia van Schaik