Wat is de invloed van de binnenruimte op het gedrag van kinderen?  

In gesprek met ‘Pistoia’ naar aanleiding van het proefschrift van Ine van Liempd.

Volgens de pedagogiek van Reggio Emilia worden de kinderen het kinderdagverblijf opgevoed door drie pedagogen. De ‘eerste pedagoog’ wordt gevormd door de groep kinderen. Kinderen leren immers ontzettend veel van elkaar. De ‘tweede pedagoog’ wordt gevormd door de volwassenen: ouders en de pedagogisch medewerkers. De ‘derde pedagoog’ wordt gevormd door de omgeving: de inrichting van de ruimte.

Federica Taddei: Childcare International heeft voor het seminar ‘De ruimte als derde pedagoog’ Federica Taddei, verantwoordelijke voor de kinderopvang in de gemeente Pistoia (Italië) uitgenodigd. In Pistoia (Italië) werken de kinderopvangvoorzieningen al tientallen jaren volgens een eigen methodiek die geïnspireerd is op de pedagogiek van Reggio Emilia. Voor ieder leeftijdsjaar is er een aparte groep. De voorbereiding van de speelomgeving is een van de sleutelbegrippen in hun werkwijze. Federica Taddei vertelt over de manier waarop zij in Pistoia de ruimte inzetten als derde pedagoog om de ontwikkeling van kinderen te ondersteunen.

Ine van Liempd: In Nederland is Ine van Liempd van Bureau Akta, het adviesbureau voor de ruimtelijke omgeving, onlangs gepromoveerd. Haar proefschrift heeft als titel: Exploring childcare spaces. Young children’s exploration of the indoor play space in center-based childcare. Ine voerde haar onderzoek uit in verticale groepen en observeerde kinderen in de leeftijd van 11 tot 48 maanden tijdens vrij spel. In haar onderzoek bestudeerde zij hoe de inrichting van de ruimte en de materialen in de ruimte het spel van kinderen beïnvloeden. Zij concludeert dat de manier waarop de speelruimte is ingericht veel invloed heeft op de manier waarop kinderen samen, alleen of naast elkaar spelen. Ook beïnvloeden de indeling van de ruimte en de materialen die aangeboden worden de manier waarop kinderen de ruimte gebruiken en onderzoeken.

Vragen waarop dit seminar een antwoord wil geven

Tijdens het seminar zullen Frederica Taddei en Ine van Liempd een antwoord proberen te vinden op de vraag welke lessen voor depraktijk te leren zijn uit de resultaten van Ine’s onderzoek. Daarbij staan de volgende vragen centraal:

  • welke invloed heeft de binnenspeelruimte op het sociaal en exploratief gedrag van kinderen?
  • hoe gebruiken kinderen de vrije vloer/vrije speelruimte?
  • wat is de invloed op de verschillende leeftijdsgroepen (0-2/2-4)?
  • welke aanbevelingen zijn er voor de praktijk?

Na informatie en discussie werken de deelnemers in kleine groepen aan de vraag hoe je de ruimte kunt aanpassen aan de behoeften van kinderen, wat dat vraagt in een verticale groep, en hoe je met die opdracht aan de slag kunt met een team van medewerkers.

Bestemd voor

Beleidsmakers, pedagogen, managers, onderwijskundigen en adviseurs in de kinderopvang en het basisonderwijs.

Sprekers

Dr. Frederica Taddei, gemeente Pistoia, vertelt over de manier waarop kindercentra in Pistoia de ruimte inzetten als derde pedagoog.
Dr. Ine van Liempd, Bureau Akta, vertelt over haar onderzoek naar de invloed van (de inrichting van) de speelruimte op het gedrag en de ontwikkeling van kinderen.

Praktisch

Datum: vrijdag 14 juni 2019 van 10.00 tot 13.15 inclusief lunch
Locatie: Bollenhofsestraat 138a (achter de kerk), 3572 VT Utrecht
Aantal deelnemers: maximaal 50

Impressie bijeenkomst

De ruimte waarin kinderen leven is belangrijk. Het is, in de woorden van Loris Malaguzzi, één van de drie pedagogen. In het nog steeds actuele kwaliteitsmodel van Riksen-Walraven/NCKO is de materiële omgeving benoemd als één van de drie aspecten van proceskwaliteit. Naast de andere kinderen en de pedagogisch medewerkers is de ruimte bepalend voor welbevinden, betrokkenheid en ontwikkeling van kinderen. Hoeveel autonomie, uitdaging en veiligheid kinderen ervaren is mede afhankelijk van de indeling van de ruimte, het meubilair en het spelmateriaal.

Als ik naar de inrichting van groepsruimten in de kinderopvang kijk dan wordt snel duidelijk welk perspectief leidend is geweest in de inrichting van de materiële omgeving. Is het perspectief van ouders het uitgangspunt dan ligt de nadruk meer op een chique en gestileerde uitstraling van de groep. Een ruimte met hoog meubilair en hoog opgeborgen speelgoed is mijns inziens vooral ingestoken vanuit het perspectief van de pedagogisch medewerker (overzicht houden). Een groep met meer laag meubilair, voldoende beweegruimte en -mogelijkheden en speelgoed dat zelf door de kinderen te pakken is is vanuit het oogpunt van de kinderen ingericht.

Mix van perspectieven

Natuurlijk is dit een zwart-wit categorisering en zijn veel groepen een mix van de bovenstaande perspectieven, maar ik denk wel dat de impact van de fysieke omgeving op kinderen nog niet genoeg op waarde wordt geschat. Zo wordt inrichten van ruimte nog vaak overgelaten aan binnenhuisarchitecten. Zij hebben kennis van inrichten van een fysieke omgeving, maar een kinderopvanggroep heeft een belangrijke pedagogische functie. De laatste tijd hoor ik gelukkig vaker, mede dankzij het recente onderzoek van Ine van Liempd, dat binnenhuisarchitecten en pedagogen vaker vanaf het eerste moment samenwerken om een geschikte omgeving te creëren. Het mooiste is om in een vroeg stadium ook de betreffende pedagogische medewerkers te betrekken. Kijk op sfeer, praktische haalbaarheid van de inrichting en pedagogiek wordt dan gecombineerd.

Opnieuw Bekijken

Wat mij betreft is dit pas het begin. De groepsruimtes worden intensief en door veel verschillende kinderen en medewerkers gebruikt. De kans is dan ook groot de zorgvuldig ingerichte ruimte regelmatig weer opnieuw bekeken moet worden. Is de ruimte nog steeds passend ingericht voor de groep kinderen die wij momenteel hebben? Is de ruimte goed werkbaar voor de pedagogisch medewerkers? Dit moeten bewuste afwegingen zijn. Te vaak zie ik dat de groepsruimte ‘zomaar’ gewijzigd wordt, zonder duidelijke aanleiding of zonder af te wegen wat voor effect wijzigingen op kinderen kunnen hebben.

 Er is terecht veel aandacht voor de interactievaardigheden van pedagogisch medewerkers, maar daarnaast moet ook aandacht uitgaan naar de inrichting en het gebruik van de materiële omgeving vanuit het perspectief van de kinderen. Alleen dan wordt de groepsruimte ook echt de derde pedagoog!


Ruimte kdv