CCI Seminar; Een curriculum voor 0-6 jarigen en voor alle kinderen

Op 28 maart vierden we hoe Anke van Keulen jarenlang vanuit CCI heeft gebouwd aan het verbeteren van de kwaliteit van voorschoolse voorzieningen in Nederland. In het seminar Eén curriculum voor 0-6 jarigen en voor alle kinderen bespraken we het recente OESO rapport waarin de vraag wordt gesteld welk pedagogisch beleid de beste voorwaarden voor hoogwaardige interacties in kinderopvang en onderwijs biedt. Met name de aanwezigheid van één curriculum voor de leeftijdsgroep van 0-6 jaar en een holistische ontwikkeling en gelijkwaardigheid tussen kinderen, ouders en jonge kind professionals werden genoemd als belangrijke pijlers voor kwaliteit.

Welkom door Ed Hoekstra

Als eerste ging Michel Vandenbroeck in op de effecten van de verschillende splitsingen in ons beleid rondom 0-6 jarigen. Er bestaat in Vlaanderen een curriculum voor de kinderopvang 0-2,5/3 jaar en een voor de kleuterschool. Deze laatste is sterk gericht op schoolse vaardigheden. Hij liet zien dat met name op het educatieve vlak de kwaliteit slecht is en er vooral weinig taalaanbod is aan peuters en jonge kleuters. Tijdens zijn onderzoek op kleuterscholen in Vlaanderen bleek dat met name kinderen uit gezinnen in armoede weinig taalaanbod krijgen of mogelijkheden om taal te produceren, laat staan te verbeteren. Kinderen wachten lang en veel, er is weinig rusttijd en veel aandacht voor de groep, minder voor het individu. Ouders gaven aan dat zij zich zorgen maakten over de zorg die hun kinderen ontvangen op de kleuterschool. Leren staat hierbij voorop en zorg en spelen wordt minder gewaardeerd. Een geïntegreerd beleid waarin pedagogiek voorop staat, zou dit onderscheid mogelijk kunnen verkleinen.

Michel Vandenbroeck

Als tweede reflecteerde Zorica Trikic op het idee van één curriculum voor het jonge kind. In veel Oost-Europese landen wordt al jaren gewerkt vanuit een setting voor het jonge kind met één curriculum als grondslag. Ze stelde de vraag, als we het hebben over één curriculum voor kinderen, wat is dan belangrijk voor jonge kinderen? Wat wil je dat ze leren, welke ervaringen wil je dat ze hebben? En, sluit je aan bij de ouders? Als je ouders mee wilt krijgen in een verandering, moet je bij ze aansluiten. Een holistische aanpak betekent dat je moet starten vanuit een holistische visie op kind ontwikkeling, vanuit de rechten van het kind. Het systeem moet zo zijn dat alle kinderen en ouders daar een plekje in kunnen vinden. Zorica legde uit dat dit kan door hoge verwachtingen te stellen aan iedereen die betrokken is. Gelijkwaardigheid betekent dat we van iedereen in het proces het beste verwachten. Dit geldt niet alleen voor de kinderen, maar voor het hele systeem, dus ook ouders en medewerkers.

Zorica Trikic

Als laatste keken we naar een voorbeeld uit de praktijk. Ruth de Waal interviewde Suzanne Ahrouch en Ineke Stavenuiter over het IKC Maria te Hoorn. Zij vertelden hoe de samenwerking binnen het IKC was opgezet en hoe vooral de professionals aan weerszijden, onderwijs en kinderopvang, samenwerken en van elkaar leren. Daarnaast vertelden ze dat ze binnen het IKC geen onderscheid maken in functie in hoe de verschillende medewerkers genoemd worden, iedereen is medewerker en geen leerkracht of pedagogisch medeweker. Hierdoor is iedereen gelijkwaardig, binnen de organisatie, maar ook naar buiten toe. Hierdoor ontstaat er een werkplek waar men zich gewaardeerd voelt en kan samenwerken ten gunste van de kinderen en de ouders.

Al met al was het een prachtig seminar waarin vooral gelijkwaardigheid voorop stond. Eén curriculum voor 0-6 jarigen zou een curriculum moeten zijn waarin we niet praten over leren versus zorgen, maar over waardevolle ervaringen. Waarin er geen splitsing is tussen onderwijs en opvang, maar sprake is van een meer holistische aanpak en een doorgaande ontwikkeling. Na het seminar namen we afscheid van Anke van Keulen en stelden we het nieuwe bestuur voor. Gelukkig blijven we contact houden met Anke en proberen we voort te borduren op alle bestaande kennis en ervaring binnen CCI.

Door: Saskia van Schaik