Tonny van den Berg interviewt Sandra Rodenhuis

Tonny van den Berg vroeg Sandra Rodenhuis, directeur van IKC Sint Thomas in Leeuwarden, hoe haar reizen naar Hamburg en Stockholm haar geïnspireerd hebben in haar werk. Sandra laat zich graag bevragen door wat ze de praktijk van andere landen ziet. Sandra: ‘Je zit zo snel vast in je eigen systeem. Onze manier van denken wordt begrensd door onze wet- en regelgeving. Vanuit een ander systeem zie je ook andere mogelijkheden. Je gaat dan nadenken: waarom doen we het eigenlijk zo?’ 

Waar ben je geweest?

‘Ik ben twee keer naar Hamburg geweest (2016, 2018). Dat waren reizen met verschillende mensen van ons schoolbestuur (BMS-onderwijs) en de kinderopvangpartners. Een keer ben ik in Stockholm geweest met de gemeente Leeuwarden. Dit was in 2018 met verschillende directeuren en bestuurders van basisscholen uit de gemeente Leeuwarden. Hierbij waren ook ambtenaren van de gemeente aanwezig.’

Had je een specifiek doel voor deze bezoeken?

‘Ik ben met verschillende ontwikkelingen bezig. Ikc-ontwikkeling, maar ook onderwijsinhoudelijke verbreding. Dan laat ik mij graag inspireren over het in het buitenland gaat. Zowel organisatorisch, maar vooral pedagogisch en onderwijskundig. Het was niet zozeer één concrete vraag, maar een open blik naar andere mogelijkheden.’

Welke zaken zijn je het meest bijgebleven

  • ‘Je zit zo snel vast in je eigen systeem, eigen manier van denken door onze wet- en regelgeving. Vanuit een ander systeem zie je ook andere mogelijkheden. Je gaat dan nadenken: waarom doen we het eigenlijk zo? En kunnen wij het binnen ons systeem ook niet anders doen? Bij voorbeeld dat onze kinderen vanaf 4 jaar naar school gaan terwijl ze in Duitsland dat pas op 6-jarige leeftijd doen. Ik zie nu dat we een uitzondering hierop zijn. Ons onderwijs is veel schoolser voor kleuters dan de opvang in Duitsland of Scandinavië.’ 
  • ‘Er wordt daar langer gespeeld, meer gericht op ontwikkeling. Een bevestiging dat spelend leren belangrijk is. En dat de ruimte belangrijk is. Dat is mij heel erg bijgebleven.’ 
  • ‘In Duitsland wordt er veel meer over pedagogiek gesproken, dat sprak mij heel erg aan. Niet over resultaten behalen, maar over wat wij overdragen aan kinderen.’

Welke aspecten heb je concreet wat mee kunnen doen?

  • ‘De inrichtingen van onze ruimtes. Het op verschillende manieren presenteren van ontwikkelingsmaterialen en hoeken.  Maar ook: dat wat kinderen gemaakt hebben echt “tentoonstellen”. En tegelijkertijd niet teveel willen laten zien. Een omgeving moet voor kleuters niet te druk zijn. Dus niet teveel materialen. En ook niet teveel opslag. Kinderen moeten zelf kunnen pakken wat ze willen gebruiken.’ 
  • ‘Naschoolse activiteiten. Dit hebben we vooral uit Stockholm meegenomen: een activiteitenaanbod met een circuitsysteem, met veel vrije activiteiten. We denken nu veel meer na over het daadwerkelijke aanbod, het gaat dieper.’
  • ‘Wat we ook concreet hebben overgenomen uit Stockholm is dat het naschoolse aanbod er is voor alle kinderen. Kinderen van de bso kunnen deelnemen, maar ook niet bso-kinderen. Dit wordt dan gefinancierd vanuit de subsidie van de gemeente Leeuwarden (Kansen voor Kinderen).’
  • ‘Kinderen leren op verschillende manieren en niet per se aan een tafeltje en stoeltje.’
  • ‘We hebben de ruimtes nu veel meer ingericht rond verschillende doelen en er is een afwisseling tussen de verschillende sferen en typen activiteiten.’
  • ‘Het inrichten van een ontwikkelrijke buitenomgeving met een brede mogelijkheid voor ontwikkeling voor alle leeftijdsgroepen.’
  • ‘Klaslokalen en bso-ruimtes kunnen gezamenlijk gebruikt worden!

Hoe zie je dat terug in dat wat kinderen dagelijks meemaken / doen / beleven?

  • ‘Kinderen zijn veel meer buiten, zowel voor bewegen als voor buiten leren. Dit is echt een grote verandering met een paar jaar geleden.’ 
  • ‘Kinderen krijgen een gezond aanbod met eten en drinken, er is standaard fruit.’ 
  • ‘Alle kinderen kunnen nu gebruik maken van een naschools aanbod, hier wordt veel gebruik van gemaakt.’ 
  • ‘Kinderen bewegen meer (hoeven minder stil te zitten).’
  • ‘Kinderen hebben meer ruimte om te spelen vanuit materialen, niet vanuit een opdrachtje. Dit is echt omgedraaid.’
  • ‘Kleuters doen geen Cito-toetsen meer. In het buitenland zagen we echt een bevestiging van dat dit niet nodig is.’ 
  • ‘Het gebouw  is veel kindvriendelijker, alle ruimtes zijn toegankelijk: het gebouw is van de kinderen.’

Welke aspecten heb je nog ‘in je achterhoofd’ die je nog op een later moment wilt verwezenlijken?

  • ‘Ik zou graag toe gaan naar een verlengde ontwikkel-dag voor álle kinderen tot 16.00 uur, afwisselend sport/kunst en cultuur/onderwijs. Samen op de werkvloer. In de groep heb je dan een leerkracht en een pedagoog.’ 
  • ‘Het zo goed mogelijk werken met specialisten en talenten van medewerkers.’
  • ‘Het werken met een team, ook in de backoffice, zowel financieel als bedrijfsmatig.’

Wat zou je nog willen zien en waar?

‘Naar een land waarin ik inspiratie kan opdoen rondom het thema Democratische scholen: hoe bereiden we de kinderen voor om in deze ingewikkelde wereld goed te kunnen participeren. Daarnaast zou ik inspiratie willen opdoen over het integreren van de groep kinderen van 12 tot 14. We streven opvang&onderwijs na voor kinderen van 0 tot 14. Het liefst zou ik met het hele team gaan!’

Een lokaal in een school in Stockholm dat gebruikt kan worden voor zowel opvang als onderwijs.