Simon Hay: ‘like it here, it feels like a second home’

Half december volgde ik namens CCI een ‘learning session’ van ISSA met als onderwerp ‘I like it here, it feels like a second home’. The role of ECEC spaces in joining education and care. Kort samengevat werd gepresenteerd en gediscussieerd over de invloed van de leefomgeving van de kinderopvang op de ontwikkeling van kinderen. Of zoals in de kinderopvangpraktijk vaak gezegd wordt: de ruimte als derde pedagoog zoals door Loris Malaguzzi benoemd.
Hoewel het belang van de leefomgeving het hoofdonderwerp was kwam mijns inziens ook een ander belangrijk onderwerp aan bod, namelijk het op waarde schatten van zogenaamde alledaagse handelingen in de kinderopvang. Handelingen die op het eerste gezicht niet interessant lijken, maar als deze momenten met aandacht worden bekeken blijken ze kinderen veel op te leveren. 

Het Educas project

Vanuit het Educas project wordt ingezet op kind- en familie-vriendelijke ruimtes in de kinderopvang. Aan het project doen België, Italië en Litouwen mee met een locale coördinator en twee kinderopvangcentra per land. De insteek op de ontwikkeling van kinderen is, zoals gesteld in het European Quality Framework, holistisch. Er wordt gesproken over ‘Educare’; education and care. In de praktijk blijkt er sprake van hiërarchie tussen educatie en zorg. Educatie wordt gegeven voor hoger opgeleide medewerkers terwijl de verzorging meer wordt overgelaten aan assistenten. Hierin wordt toch wel pijnlijk zichtbaar dat zorgen voor kinderen als minder belangrijk is dan educatie. Het zegt mij ook dat de (educatieve) kwaliteit niet voldoende wordt gezien van momenten van verzorging.

Kleine dagelijkse momenten

Wat mooi was aan de presentaties was dat juist de educatieve kwaliteit van de kleine dagelijkse momenten wordt proberen te achterhalen en vergroten. Met andere woorden, kijken wat kinderen doen en ervaren en als opvoeder jouw tempo aanpassen aan hen. Daarnaast vragen stellen en uitdaging op maat bieden wanneer kinderen daar behoefte aan hebben. Een hele goede en praktische manier om dit te doen is door aanpassingen te doen aan de leefomgeving en deze te onderling te bespreken én met ouders.
Een manier waarop dat gedaan is binnen Educas is door de medewerkers posters te laten maken. De medewerkers maken zelf foto’s van kinderen tijdens spel of een eetmoment op de groep. Vervolgens reflecteren zij met elkaar op de foto’s door zich af te vragen waar kinderen op de foto’s mee bezig zijn, of de omgeving en materialen kinderen ondersteunen tijdens hun spel en wat eventueel nog verbeterd kan worden. De foto’s en uitkomsten van de reflectie worden dan op een poster verzameld en besproken met ouders. Wat ik een mooie toevoeging zou vinden is om de posters ook voor kinderen zichtbaar op te hangen en er ook met de kinderen over in gesprek te gaan.

Zelfreflecties

Uitkomsten van de zelfreflectie binnen Educas leverde over de drie participerende landen heen onder andere de volgende tips op:

  • Bekijk niet alleen de groepsruimten, maar ook bijvoorbeeld de toiletten. Faciliteert deze ruimte zelfstandigheid van kinderen? Hebben kinderen genoeg privacy? Is de ruimte gezellig?
  • Bekijk hoe groot de groep kinderen is die tegelijkertijd eet. Hebben de kinderen de mogelijkheid om met elkaar in gesprek te gaan of elkaar te helpen? Is de tafel gezellig gedekt? Genieten de medewerkers van het eetmoment samen met kinderen of wordt het meer als een routinemoment gezien?
  • Is er sprake van ‘echt’ materiaal voor kinderen? Zowel speelmateriaal als borden, bekers en bestek. Echt materiaal laat kinderen ervaren dat zijn erbij horen, volwaardig lid zijn van de samenleving.
  • Welke plek is er in de ruimte voor kinderen en ouders om afscheid te nemen als ze worden gebracht? Is deze ruimte geschikt om rustig afscheid te nemen zowel voor kind als ouder? Is de ruimte gezellig?
  • Is er in de groep een rustig plek wat vrij spel stimuleert? Is er voldoende vrije bewegingsruimte/leeg vloeroppervlak op de groep?

Als ik dan kijk wat wij in Nederland zouden kunnen doen is dat ook hier het leggen van de link tussen praktijk en wetenschap. Ik moest gelijk denken aan het promotieonderzoek van Ine van Liempd ‘Exploring childcare spaces’, waarin onderzoek is gedaan naar de invloed van de leefomgeving op ontwikkeling en een oproep wordt gedaan een nieuwe visie op spel te ontwikkelen. Het zou goed zijn de mooie praktijkervaringen die die wij ook hebben te verbinden met onderzoeksresultaten en daarop voortbouwen. Dan gaan we samen nog een stap verder de diepte in wat niet alleen kinderen maar ook medewerkers en de kinderopvangsector als geheel ten goede zal komen.

Lees meer op de site van Issa:
https://www.issa.nl/educas