Hbo’ers in de kinderopvang, zinvol of juist niet?

In weerwil van de crisis en bezuinigingen in de kinderopvang wordt de discussie over de kwaliteit van de kinderopvang met grote intensiteit gevoerd. Het Bureau Kwaliteit Kinderopvang (BKK) heeft een commissie ingesteld die een advies moet uitbrengen over verbeteringen van de kwaliteit. Wetenschappers en praktijkmensen bezinnen zich op verbeteringen die bij kunnen dragen aan de kwaliteit van de kinderopvang. In Nederland (en ook in het buitenland) focust de discussie zich op de kwaliteit van de pedagogisch medewerkers (pm’ers). Daarbij is het opleidingsniveau van de pm’ers een van de discussiepunten.

 

In de discussie over het opleidingsniveau van pm’ers worden vragen gesteld als: moeten álle pm’ers een hogere vooropleiding hebben of is juist een mix op de werkvloer van verschillende opleidingen en competenties een betere oplossing? Geldt de eis van een hoger opleidingsniveau ook voor het werken met de heel jonge kinderen, waar de verzorging meer nadruk heeft? Kunnen we pm’ers met een hoger opleidingsniveau wel betalen? Mogen er verschillen zijn in beloning van pm’ers binnen een groep? Hoe kunnen we hoger opgeleide pm’ers gemotiveerd houden voor het werken in de uitvoering?

Deze en andere vragen komen steeds terug. De antwoorden kunnen we voor een deel vinden in de ervaringen in het buitenland, waar al langer wordt gewerkt met hoger opgeleide medewerkers. In die vergelijking is het wel van belang te kijken naar de situatie en werkomstandigheden in de kinderopvang voor (meestal) 1- tot 6-jarigen. In Nederland gaan kinderen vanaf 4 jaar naar het basisonderwijs waar het opleidingsniveau hoger ligt dan in de kinderopvang. Is het werkelijk  waar dat in veel landen alleen maar of in overwegende mate hoger opgeleide pm’ers werken, of moeten we dat beeld nuanceren? Blijven deze medewerkers lang in de praktijk werken of willen ze, zoals vaak wordt gesuggereerd, snel doorgroeien naar een leidinggevende functie?


De bijeenkomst

Tijdens de bijeenkomst wordt de situatie in een aantal landen in West- en Noord Europa beschreven. We zullen ingaan op de ervaringen en op de aanbevelingen vanuit Europese instanties. Daarnaast presenteren we een voorbeeld uit Frankrijk, waar met medewerkers wordt gewerkt op een niveau dat vergelijkbaar is met ons hbo. Paul Leseman gaat in op de Nederlandse context en zal zijn voorstellen tot veranderingen in het beleid toelichten. Tot slot is er de gelegenheid om met de inleiders en met elkaar in gesprek te gaan.


Programma

09.30-10.00 Ontvangst en koffie

10.00-10.10 Opening door Anja Hol, voorzitter van Childcare International

10.10-10.30 Wat zijn de feiten in vergelijkbare landen? Worden er veel hbo’ers ingezet en wat zijn de ervaringen? Serv Vinders,Childcare International

10.30-11.15  Ervaringen met introductie van academisch opgeleide pedagogisch medewerkers uit Frankrijk. Claire Breton-Martin, directeur ontwikkeling, onderzoek en internationale contacten bij bij ESSSE (Ecole Santé Social Sud-Est, Lyon)

11.15- 12.00  Het gaat om variëteit niet alleen om opleidingsniveau. Paul Leseman, hoogleraar Universiteit van Utrecht

12.00- 12.15  Pauze

12.15-12.45  Discussie met de inleiders

12.45-13.30  Lunch


Aanmeldinformatie

Kosten: 125,00  inclusief lunch en btw

Plaats: Griftpark1, Blauwkapelseweg 30, 3572 KC Utrecht. T: (030) 271 6699.

Een routebeschrijving vindt u op W: griftpark1.nl.

Aanmelden:aanmeldformulierof via W: childcareinternational.nl. Afmelden is niet mogelijk. U kunt zich wel door een collega laten vervangen. Na aanmelding ontvangt u een bevestiging. Voor praktische en inhoudelijke vragen kunt u mailen naar E: seminar@childcareinternational.nl

Download de pdf van de uitnodiging