Saskia van Schaik: Culturele verschillen

Culturele verschillen in opvoedingsideeën: Nederland versus de VS, voor en tijdens COVID19

Saskia van Schaik werkte een half jaar in de Verenigde Staten voor onderzoek naar culturele verschillen in de opvoeding. Een aspect wat haar persoonlijk opviel, en niet zozeer onderwerp van onderzoek was, was het verschil in kindgerichtheid tegenover een sterke sturing vanuit de ouder- of leerkracht. In de VS zijn opvoeders veel kindgerichter, maar of dat altijd beter is? Iets om over na te denken!

Vlak voordat COVID19 Europa en de Verenigde Staten van Amerika troffen, vertrokken mijn gezin en ik op avontuur naar het kleine dorpje Woodstock in Connecticut, USA (nee, niet die Woodstock, er zijn er 7!). Ik ging daarheen om samen te werken met prof. Charles Super en prof. Sara Harkness. Gedurende mijn verblijf in Woodstock publiceerden we het wetenschappelijke artikel Getting the baby on a schedule waarin we op basis van interviews met ouders en door hen bijgehouden dagboeken verschillen en overeenkomsten rapporteren in het aanleren van een dag- en nachtritme van pasgeborenen. We vroegen ons af: Wat zeiden de ouders in beide gebieden precies over het dag- en nachtritme? 

Dag- en nachtritme

Onze resultaten laten zien dat de ouders in Nederland op het gebied van slaap, voeding, en daglicht (buitenlucht) veel spraken over rust en regelmaat. De Amerikaanse ouders noemden het belang van regelmaat en rust veel minder. Sterker nog, zij benadrukten soms juist dat ze regelmaat niet belangrijk vonden of dat ze hoopten op betere tijden. Uitspraken als He gets what he wants when he wants it en you can’t make a baby sleep kwamen regelmatig voor.

Eén opvallend verschil, beschreven in ons artikel maar niet dusdanig uitgelicht, was het expliciet benoemen hoe je tot een dag- en nachtritme komt en of dat wordt ontwikkeld en opgelegd door de ouders (de baby moet zich maar voegen naar ouder of gezin) of door de baby zelf (iedereen voegt zich naar het ritme en de behoeften van de baby). De Nederlandse ouders waren vooral van mening dat je als ouders het ritme aanstuurt en de pasgeborene zich moet schikken aan de ouders: ’s Nachts wil ik slapen, dus wil ik ook dat jij doorslaapt, of je het wilt of niet. Hetzelfde gold voor voeding en buitenlucht: als wij eten, eet zij mee. Of in de ochtend gaat ze altijd mee boodschappen doen, dus dan komt ze even buiten. De Amerikaanse ouders benadrukten juist het tegenovergestelde: de baby geeft het ritme aan en wij volgen. Het is een natuurlijk ontwikkelproces van pasgeborenen. Soms uitten ze daarin zeer sterk de wens en hoop dat het makkelijker en rustiger wordt, maar sturing vanuit de ouder werd zelden als optie overwogen. 

Kindgericht en ouder- of leerkracht-gestuurd

Opvallend was dat tijdens ons verblijf in Woodstock, dit verschil in meerdere aspecten van opvoeding en onderwijs terugkeerde. Ik noem het gemakshalve even het verschil tussen kindgericht en ouder- of leerkracht-gestuurd opvoeden, een bekende tegenstelling in de pedagogische wetenschappen. Als eerste viel op dat het onderwijs veel kindgerichter was dan ik ooit heb gezien. Dankzij de COVID19 maatregelen, mochten wij onze kinderen thuis onderwijs bieden voor zowel de Nederlandse als de Amerikaanse school. De Amerikaanse school gaf aanzienlijk meer huiswerkopdrachten dan de Nederlandse school en met name in de Kindergarten klas (groep 2) werd meer verwacht van kinderen. Dit klinkt zwaar, maar de opdrachten waren allemaal ongelofelijk kindgericht en spelenderwijs. Rekenen en taal werd geoefend met computerspelletjes die precies aansluiten op het niveau van de individuele kinderen. Onze kinderen willen ze nog steeds graag dagelijks spelen (waar wij schermtijd proberen te beperken)! Maar ook in het overige onderwijs werd er veel gebruik gemaakt van media, film, spel, en muziek en de kinderen hadden echt plezier in het Amerikaanse home schooling. 

‘Yes honey’

Ook in de opvoeding zagen we ouders en grootouders die erg kindgericht leken. Om maar een voorbeeld te noemen: als we met vrienden stonden te kletsen en hun zoontje interrumpeerde met een vraag, reageerde mijn vriendin met: ‘Yes, honey?’ en gaf antwoord op zijn vraag. Dit gebeurde regelmatig en zonder enige blijk van ergernis of autoriteit. Er werd vaak op dezelfde wijze gereageerd als op een volwassene, zelfs met meer liefde en affectie. Hetzelfde zag ik terug tijdens een observatie op een peutergroep in de kinderopvang. Terug in Nederland, heb ik alweer regelmatig gehoord: ‘Wacht even, ik ben even in gesprek’ of ‘als ik in gesprek ben, moet je me niet zomaar onderbreken’. Onze kinderen kwamen regelmatig bij vrienden en buren die allemaal eigen kleinkinderen hadden en werden daar op hun wenken bediend: ‘Can we do arts? Yes, you can do arts’. ‘Can we have an ice cream, please? Yes of course, you can have an ice cream’. 

Waardevol

Nu schrijf ik dit op basis van enkele persoonlijke observaties, niet wetenschappelijk getoetst en niet representatief, maar mijns inziens wel waardevol. Het onderscheid tussen een kindgerichte en volwassene- gestuurde opvoeding is niet nieuw en ik verwacht dat de meeste lezers het kennen. Toch hoop ik u met dit stuk uit te dagen om even stil te staan bij de kindgerichte opvoeding. Begrijp me niet verkeerd, ik zie voor- en nadelen in beide opvoedingsideëen. Als onderzoeker in Culture and Human Development, ben ik vooral van mening dat het onderzoeken van culturele verschillen, zoals in bovenstaand onderzoek en voorbeelden, kunnen helpen in het kritisch nadenken over de eigen ideeën en praktijken.

Altijd het beste?

In zowel de Nederlandse wetenschappelijke literatuur als de pedagogische praktijk wordt er vaak gesproken over kindgericht werken of de kindgerichte opvoeding. Toch denk ik dat we in vergelijking met de voorbeelden die ik in Woodstock, CT ben tegengekomen nog maar weinig kindgericht opvoeden. Het lijkt soms alsof kinderen zich in Nederland moeten aanpassen aan de wereld van de volwassenen. Zoals het voorbeeld van de ouders van pasgeborenen: ‘Hij moet gewoon in het schema mee, jammer voor hem’ of de ouder die onderbroken wordt in gesprek: ‘Laat je me even uitpraten?’ We praten vaak over de kindgerichte benadering, maar zijn we wel echt kindgericht? En is kindgericht altijd het beste? Er kleven natuurlijk ook nadelen aan extreem kindgericht zijn (misschien dacht u bij het voorbeeld over het ijsje direct aan obesitas). Maar wat gebeurt er als we kinderen altijd laten schikken in de wereld van de volwassenen? Altijd laten voldoen aan het schema of de normen van de volwassenen? Laten we daarmee kinderen wel kinderen zijn?