Ed Hoekstra: Genderneutrale opvoeding in de kinderopvang

Het praten over genderneutrale opvoeding roept meestal weerstand op, omdat mensen denken dat we van jongens meisjes willen maken en andersom en dat we dingen willen gaan verbieden. Het tegendeel is de bedoeling: met een genderneutrale opvoeding willen we kinderen meer mogelijkheden bieden om zich op allerlei gebieden te ontwikkelen, emoties te ontdekken en ervoor zorgen dat bepaalde soorten spel meer toegankelijk voor hen zijn, zoals de huishoek voor de jongens en de auto/bouwhoek voor de meisjes. Zet kinderen niet vast in een vastomlijnde genderrol. Dit is de boodschap van de sprekers van het CCI seminar genderneutrale opvoeding in de kinderopvang.

Wij, volwassenen, hebben genderstereotypen in ons hoofd door onze opvoeding en door de maatschappij waarin we leven. Daardoor benaderen we jongens anders dan meisjes. Daar is veel onderzoek naar gedaan. Het begint al bij baby’s. Jongens worden anders vastgehouden dan meisjes en we praten er ook anders tegen. Er worden andere eigenschappen aan een baby in jongenskleren toebedeeld (stoer, onderzoekend) dan diezelfde baby in meisjeskleren (lief, verlegen). Dat betekent dat wij als volwassenen als van jongs af aan verschillende verwachtingen hebben van jongens en van meisjes en ook verschillende boodschappen naar hen zenden.
Natuurlijk zijn er biologische verschillen: jongens hebben meer testosteron dan meisjes. Maar dat verklaart maar een klein deel van de verschillen in gedrag. Jongens zouden een beter ruimtelijk inzicht hebben dan meisjes. Dat wordt meestal gemeten met blokjes. Het verschil in ruimtelijk inzicht lijkt te verdwijnen als meisjes te horen krijgen dat ze er goed in zijn, als het testobject poppetjes zijn in plaats van blokjes of als meisjes eerst mogen oefenen met de blokjes.

Zweden

In het Zweedse Stockholm zijn een paar kinderdagverblijven al een aantal jaren bezig met gender neutrale opvoeding, zoals bijvoorbeeld de kinderdagverblijven van de Egalia Pre-school. Jongens en meisjes worden er neutraal aangesproken met ‘vriend’ en ‘het’ (hen in het Zweeds). Spelmateriaal is niet gegroepeerd in de traditionele huishoek en bouwhoek, maar staat naast en door elkaar. Boeken worden zorgvuldig geselecteerd, waarbij boeken met de bekende stereotypen worden vermeden.
Uit het interview met een medewerker van het dagverblijf blijkt dat naast deze maatregelen vooral het gedrag van de pm’er een doorslaggevende rol speelt in het succes van deze aanpak. Het gaat om de verwachtingen van de pm’er ten aanzien van de kinderen, de benadering en het taalgebruik. Je moet je dus bewust zijn van je eigen genderstereotype vooroordelen en gedrag. Het is belangrijk dat je kinderen de mogelijkheid biedt om met alle mogelijke activiteiten te experimenteren en dat kinderen hun eigen emoties en interesses ontdekken. Gebruik begrippen waarbij je genderspecifieke benamingen zoals jongen, meisje, hij, zij zoveel mogelijk vermijdt.

Aandacht voor genderstereotype vooroordelen

Het belangrijk dat er aandacht komt voor genderstereotype vooroordelen van medewerkers zowel in hun opleiding en als ook in de dagelijkse praktijk van de kinderopvang. Dit wordt bereikt door bewustwording over dit onderwerp, zelfreflectie, reflectie op het handelen in de praktijk, evaluatie van gestelde doelen en een kritische blik naar inrichting van en het spelmateriaal in de groep. Vergeet dan vooral niet om ook de ouders in dit proces mee te nemen, waarbij je laat zien dat je vooral de leefwereld van hun kind wilt vergroten in plaats van in te perken.

Sprekers op het seminar waren:

  • Lotta Rajalin: visie op een genderneutrale opvoeding en ontwikkeling
  • Dr. Marleen Groeneveld: wat zegt de wetenschap over genderneutrale opvoeding in de kinderopvang en de onderbouw van de basisschool
  • Josephine: medewerker KDV Egalia over de praktijk.

De presentatie en filmpjes zijn te vinden op http://www.childcareinternational.nl/seminars/