Column

Kinderopvang net zo vanzelfsprekend als school

Ontwikkelingsgerichte kinderopvang en gezinsvriendelijk beleid

Wat staat ons te doen om de ontwikkelingsgerichte rol van de kinderopvang te versterken en wat kunnen we leren uit internationaal onderzoek?


Van oorsprong is kinderopvang in Nederland ingezet als middel om ouders (lees: moeders) meer te
kunnen laten werken. In de loop van de tijd werd kinderopvang ook steeds meer gezien als
instrument om de ontwikkeling van jonge kinderen te kunnen ondersteunen. Vanaf het einde van de
vorige eeuw is er een nog steeds groeiende hoeveelheid aan wetenschappelijk onderzoek dat laat
zien dat kinderopvang van goede kwaliteit de ontwikkeling van kinderen positief beïnvloedt.

Verschuiving van het doel

Tegenwoordig is het algemeen geaccepteerd dat kinderopvang ook een ontwikkelinstrument is en ook als zodanig moet worden benut. Dat blijkt ook uit de partijprogramma’s van de verschillende politieke partijen in aanloop naar de verkiezingen afgelopen maart. Middels de Onderwijsvisie spreekt D66 zich helder uit over haar visie op kinderopvang. Zij spreekt van gratis kinderopvang die ‘net zo vanzelfsprekend is als school’. Kinderopvang is belangrijk als het gaat om tegengaan van achterstanden en ondersteunen van gezinnen. Kinderopvang is een plek waar kinderen samen spelenderwijs ontwikkelen. Deze visie wordt gesteund door GroenLinks en de SP. Een groot verschil met de partijprogramma’s van een aantal jaar geleden, waarin slechts werd aangegeven dat kinderopvang van goede kwaliteit en betaalbaar moest zijn.

Ontwikkelingsondersteuning vanaf het eerste moment

Het feit dat vanaf 1995 structurele kwaliteitspeilingen van de kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang worden gedaan, eerst door het NCKO en nu door het LKK, laat zien dat wij kinderopvang serieus nemen. Verder is het naar elkaar toe bewegen van de kinderopvang- en onderwijssector een teken dat vanaf de jongste leeftijd geïnvesteerd moet worden in de ontwikkeling van kinderen en niet pas vanaf 4 jaar oud. Moet kinderopvang een publieke voorziening worden? Moeten kinderopvang en onderwijs onder eenzelfde ministerie komen te vallen? Hoe kan de kinderopvang duurzaam ingezet worden als ontwikkelinstrument en niet slechts reactief op basis van de grillen van de arbeidsmarkt? Hoe vinden we de balans tussen stabiliteit voor de kinderen en flexibiliteit voor de ouders? Dit soort vragen komen steeds vaker op de tafel waar gesproken wordt over kinderopvang.

Wat kunnen we leren van het buitenland?

Uit rapport van Unicef naar welvarende landen met het meest ‘gezinsvriendelijk’ beleid blijkt dat Nederland op de 15e plaats staat. Gezinsvriendelijk beleid omvat ouderschapsverlofregelingen en kwaliteit en betaalbaarheid van de kinderopvang. De landen die het beste uit deze vergelijking komen zijn Zweden, Noorwegen, IJsland, Estonia en Portugal. In veel landen schiet met name de verlofregeling – betaald verlof voor beide ouders – tekort. Dit geldt ook voor Nederland, alhoewel er al wel een eerste stap is gezet waar nog geen sprake van was ten tijde van het verschijnen van dit rapport. Voor vaders geldt dat zij vanaf juli 2020 jaar recht hebben op vijf weken verlof (tegen 70% van hun salaris).

1) https://www.unicef-irc.org/family-friendly

Wat staat ons te doen?

Het belangrijkste is om het gesprek met elkaar te blijven voeren over de rol die kinderopvang kan spelen voor kinderen en gezinnen. Het gesprek moet niet alleen gaan over kinderopvang, maar juist over kinderopvang in combinatie met andere kindregelingen zoals het ouderschapsverlof. En daarbij good practices uit het buitenland voor het voetlicht brengen. De discussie over de rol van de kinderopvang moet gevoerd blijven worden met de kinderopvangsector, onderwijssector, wetenschap, oudervertegenwoordiging, politici, beleidsmakers en inspectie. Het moment voor dit gesprek is nu!