Cities including Children

‘Social inclusion is a journey but not a destination’

De afgelopen drie jaar werkten Yvette Vervoort en Serv Vinders namens ChildCare International mee in het Erasmus+ project Cities including Children – Social Inclusion, Education and Urban Policy for Young Children. Dit project was een samenwerking van hogescholen, gemeentelijke instanties en kinderopvangorganisaties uit zes verschillende Europese steden. De opdracht was samen na te denken over de vraag over welke competenties we professionals die met jonge kinderen werken, moeten meegeven om te kunnen werken aan sociale inclusie.
Het project Cities including Children heeft geresulteerd in verschillende outputs of producten waaronder een competentieprofiel voor werkers in ECEC (Early Childhood Education and Care), een opleidingsprogramma en een aantal films die illustreren hoe een professional kan werken aan inclusiviteit. Wilma Schepers interviewt Yvette Vervoort

Het product waar Yvette Vervoort en Serv Vinders het voortouw in hebben genomen is de formulering van een set beleidsaanbevelingen voor lokale beleidsmakers gericht op sociale inclusie: wat kan een stad doen om jonge kinderen op te laten groeien in een wereld waar zij al vanzelfsprekend deel van uit maken, zonder uitsluiting en discriminatie? Yvette vertelt over wat voor haar de belangrijkste leringen zijn geweest tijdens het project. ‘Het was een avontuur, een zoektocht, een worsteling’, vertelt ze. ‘En, zoals Keith Topping (een grootheid op het gebied van inclusie) zegt: “Inclusie is een reis, en niet de bestemming”.
Serv en ik waren samen voorzitter van het stedennetwerk waarin de gemeentelijke beleidsmakers uit zes steden in samenkwamen: Ljubljana, Kopenhagen, Berlijn, Gent, Rotterdam en Amsterdam. Het zijn vijf steden die alle te maken hebben met een groeiende populatie en een toenemende diversiteit. Iedere stad stelt zich de vraag welke beleidsmaatregelen je kunt nemen om het samenleven van al die diverse groepen te bevorderen, zonder uitsluiting en discriminatie. En dan meer specifiek: hoe je binnen deze context de ontwikkeling en educatie van jonge kinderen kunt ondersteunen.’

Aanbevelingen

‘Het avontuur zat erin dat we als beleidsmakers uit verschillende steden tot gemeenschappelijk aanbevelingen moesten komen. Al pratend blijkt dan dat de context waar je vandaan komt, heel erg bepalend is voor wat je onder het begrip inclusie verstaat. Ook hadden de deelnemers uit verschillende steden verschillende zorgen. In Berlijn is het vluchtelingenvraagstuk dominant. In Ljubljana denken ze bij het woord inclusie vooral aan kinderen met een beperking. Amsterdam – een superdiverse stad waar je al niet meer kunt spreken van een enkele dominante meerderheid – stelt zich de vraag hoe je ervoor kunt zorgen dat kinderen zonder achterstanden naar de basisschool gaan.
Dan heb je ook nog de culturele verschillen in presentatie en sociale omgang. Om Ljubljana nog eens als voorbeeld te nemen, de deelnemers presenteerden zich met zulk een bescheidenheid dat je bijna ging denken dat ze niets in te brengen hadden. Het tegendeel bleek waar. Ljubljana gaf ons het voorbeeld van hoe belangrijk het is lange-termijnbeleid te ontwikkelen. Zij werken met 10-jarenplannen dat onafhankelijk van de politieke wind door iedereen omarmd en uitgevoerd wordt. Naar aanleiding van dit voorbeeld hebben we een van de beleidsaanbevelingen geformuleerd. De les die ik leerde was dat het niet per se de mensen met de meest zelfbewuste presentatie zijn, die het meest te vertellen hebben. Leren omgaan met verschillen in sociale gewoonten is ook een element van inclusie.’

Doelgroepen

‘Een heel belangrijk leerpunt voor mij persoonlijk is geweest dat we geneigd zijn te werken vanuit doelgroepen. Ofwel: we definiëren groepen mensen op basis van hun tekortkomingen. Dat is makkelijk in het formuleren van beleid: duidelijke doelgroep, duidelijke input, duidelijke output. Dat vinden politici prettig. Maar het is ook een gemiste kans, zo maakte Halleh Ghorashi, hoogleraar Diversiteit en Integratie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, duidelijk tijdens haar lezing op de slotconferentie van het project. Daarmee spreek je mensen aan op hun zwakte, niet op hun kracht, zegt zij. Zo doe je de mensen tekort en bevestig je hun uitsluiting. Deze vormen van uitsluiting zijn op de lange termijn niet goed voor onze samenleving en de mensen die daarin samenleven.’

‘Er is heel veel meer te vertellen over het project. Als stedennetwerk hebben we een achttal aanbevelingen geformuleerd die terug te vinden zijn als een van de outputs van het project. De outputs zijn voor iedereen toegankelijk en te gebruiken. Graag verwijs ik naar de website waarop de resultaten van het project te vinden zijn en het verslag van de slotconferentie.’
www.amsterdamuas.com/citiesincludingchildren

In het najaar organiseert ChildCare International een seminar naar aanleiding van dit project. Precieze datum en programma zijn nog niet bekend, Mocht u daarvoor belangstelling hebben, dan kunt u zich nu al aanmelden. Dan houden we u op de hoogte