De Ruimte als derde pedagoog

De ruimte waarin kinderen leven is belangrijk. Het is, in de woorden van Loris Malaguzzi, één van de drie pedagogen. In het nog steeds actuele kwaliteitsmodel van Riksen-Walraven/NCKO is de materiële omgeving benoemd als één van de drie aspecten van proceskwaliteit. Naast de andere kinderen en de pedagogisch medewerkers is de ruimte bepalend voor welbevinden, betrokkenheid en ontwikkeling van kinderen. Hoeveel autonomie, uitdaging en veiligheid kinderen ervaren is mede afhankelijk van de indeling van de ruimte, het meubilair en het spelmateriaal.
Onlangs organiseerde CCI het seminar ‘­De Ruimte als derde pedagoog’. Daar spraken Frederica Taddei, verantwoordelijk voor het educatieve beleid in de gemeente Pistoia, en Ine van Liempd, onlangs gepromoveerd op onderzoek naar de invloed van (de inrichting van) de speelruimte op het gedrag en de ontwikkeling van kinderen. Dit seminar inspireerde mij tot deze column. Door Simon Hay

Als ik naar de inrichting van groepsruimten in de kinderopvang kijk dan wordt snel duidelijk welk perspectief leidend is geweest in de inrichting van de materiële omgeving. Is het perspectief van ouders het uitgangspunt dan ligt de nadruk meer op een chique en gestileerde uitstraling van de groep. Een ruimte met hoog meubilair en hoog opgeborgen speelgoed is mijns inziens vooral ingestoken vanuit het perspectief van de pedagogisch medewerker (overzicht houden). Een groep met meer laag meubilair, voldoende beweegruimte en -mogelijkheden en speelgoed dat zelf door de kinderen te pakken is is vanuit het oogpunt van de kinderen ingericht.

Mix van perspectieven

Natuurlijk is dit een zwart-wit categorisering en zijn veel groepen een mix van de bovenstaande perspectieven, maar ik denk wel dat de impact van de fysieke omgeving op kinderen nog niet genoeg op waarde wordt geschat. Zo wordt inrichten van ruimte nog vaak overgelaten aan binnenhuisarchitecten. Zij hebben kennis van inrichten van een fysieke omgeving, maar een kinderopvanggroep heeft een belangrijke pedagogische functie. De laatste tijd hoor ik gelukkig vaker, mede dankzij het recente onderzoek van Ine van Liempd, dat binnenhuisarchitecten en pedagogen vaker vanaf het eerste moment samenwerken om een geschikte omgeving te creëren. Het mooiste is om in een vroeg stadium ook de betreffende pedagogische medewerkers te betrekken. Kijk op sfeer, praktische haalbaarheid van de inrichting en pedagogiek wordt dan gecombineerd.

Opnieuw Bekijken

Wat mij betreft is dit pas het begin. De groepsruimtes worden intensief en door veel verschillende kinderen en medewerkers gebruikt. De kans is dan ook groot de zorgvuldig ingerichte ruimte regelmatig weer opnieuw bekeken moet worden. Is de ruimte nog steeds passend ingericht voor de groep kinderen die wij momenteel hebben? Is de ruimte goed werkbaar voor de pedagogisch medewerkers? Dit moeten bewuste afwe-gingen zijn. Te vaak zie ik dat de groepsruimte ‘zomaar’ gewijzigd wordt, zonder duidelijke aanleiding of zonder af te wegen wat voor effect wijzigingen op kinderen kunnen hebben.
Er is terecht veel aandacht voor de interactievaardigheden van pedagogisch medewerkers, maar daarnaast moet ook aandacht uitgaan naar de inrichting en het gebruik van de materiële omgeving vanuit het perspectief van de kinderen. Alleen dan wordt de groepsruimte ook echt de derde pedagoog!

Kijk op onze website voor de presentaties van Federica Taddei en Ine van Liemd.
Volg deze link