Ed Hoekstra: Peuters en kleuters in het ikc

Naar een nieuw aanbod voor de 3- tot 6-jarigen in het ikc

Er ontstaan steeds meer ikc’s waarin intensief wordt samengewerkt in de leeftijdsgroep 3 tot 6 jaar, in de peuteropvang, de groepen 1 en 2 van de basisschool en de buitenschoolse opvang. Dat is niet verwonderlijk. De kinderen uit deze leeftijdsgroep passen goed bij elkaar. In deze fase ontwikkelen kinderen zich op basis van spelend leren en zelf ontdekken. Ook wel het ‘informele leren’ genoemd. Vanuit deze gedachte organiseerde ChildCare International begin november 2019 het Seminar Peuters en kleuters in het ikc. Ed Hoekstra bespreekt de bijdragen van de sprekers en vat de conclusies van dit seminar voor u samen.

Voor het seminar formuleerden wij de volgende vraag:
Vanuit welke visie creëren wij ruimte voor een brede ontwikkeling bij deze leeftijdsgroep? Gaan we peuters voorbereiden op groep 1 rond sterk geformuleerde doelen en leerlijnen, zoals we nu veelal doen met kleuters door hen voor te bereiden op groep 3? Of nemen we de autonome ontwikkeling van de kinderen als uitgangspunt en breiden we de aanpak van informeel leren uit naar groep 1 en 2?
Deze vraag beantwoordden we vanuit twee perspectieven:
1) een goede en brede ontwikkeling van kinderen;
2) het verminderen van achterstanden bij kinderen zodat alle kinderen een gelijke start maken in groep 3.

Rikke Wettendorff, senior adviseur van de Deense vakbond van werkers in de kinderopvang

Rikke Wettendorff vertelt over de in 2018 aangenomen nieuwe Deense Wet op de kinderopvang, waarbij alle spelers in het veld van de kinderopvang zijn betrokken. Kern van deze wet is het uitgangspunt dat spel het belangrijkste element is in de ontwikkeling van het kind; spelend leren met spelen als uitgangspunt.
Het sleutelbegrip in deze wet is de pedagogische leeromgeving. Het kindercentrum in zijn geheel met alle dagelijkse activiteiten vormt een leeromgeving dus ook het verschonen, het eten, de jas aantrekken, het buitenspelen. Het kinderdagverblijf (van 0-6 jaar) is een entiteit op zichzelf en niet een voorziening waarin kinderen worden voorbereid op de school. Dat vindt plaats in de schoolvoorbereidende klas op school (6 jarigen). ‘Leerdoelen’ op het kinderdagverblijf zijn: kinderen leren zichzelf kennen, bouwen zelfvertrouwen op, oefenen met sociale vaardigheden, ontwikkelen impulscontrole, maken vriendschappen, leren te onderzoeken en hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Het pedagogische leerplan kent zes pijlers:
– Sociale competenties
– Taalontwikkeling
– Brede persoonlijke ontwikkeling
– Lichaam en beweging
– Natuur en natuurverschijnselen
– Culturele expressie en waarden

Nicole Hanegraaf, clusterdirecteur bij Delta Onderwijs

Nicole Hanegraaf neemt ons mee op welke wijze we informeel leren voor 3- tot 6-jarigen in het Integraal Kindcentrum kunnen realiseren. Uitgangspunt daarbij is dat je kinderen niet zozeer dingen moet aanleren maar het groot potentieel dat een kind, heeft tot bloei te laten komen. In de leeftijdsgroep van 3 tot 6 à 7 jaar ontdekken de kinderen de wereld al spelend. Bij het aanbod in een centrum voor 3- tot 6-jarigen is leeftijd niet belangrijk maar wel de fase van ontwikkeling waarin het kind zich bevindt op verschillende terreinen.
Binnen haar scholen heeft Nicole alle kinderen van dezelfde leeftijdsgroep bij elkaar gehuisvest. De inspectie op de kinderopvang eiste dat de peuters (2,5 tot 4 jaar) een afgesloten ruimte moest hebben in verband met het realiseren van de emotionele veiligheid. Uiteindelijk zijn ze tot het compromis gekomen dat de peuters een met kasten afgescheiden plek hebben waar ze met de stamgroep de dag kunnen starten en afsluiten. Buiten die tijd kunnen de peuters zich vrijelijk bewegen door de verschillende ruimten.

Discussie / opmerkingen Paul Leseman

Paul Leseman constateert dat we in Nederland een lappendeken hebben gemaakt van onderwijskundige en opvangvoorzieningen voor deze leeftijdsgroep en dat het de hoogste tijd is om dit systeem te reorganiseren. Er bestaat een spanning tussen enerzijds de opvang met als uitgangspunt het spelend leren en anderzijds het schoolsysteem met formeel leren. Ons onderwijsmodel is al 100 jaar oud en gebaseerd op: controle, het opleiden van kinderen tot agrariër of fabrieksarbeider, top down en hiërarchisch, veel beperkingen, regels en eisen. Hij pleit ervoor om scholen te helpen met innoveren vanuit de kinderopvang en de school dus niet uit het centrum voor 0- tot 6-jarigen te verwijderen.
Er zijn twee soorten ikc’s, zegt Paul:
– ikc’s met een duidelijke sociale missie en visie, emancipatorisch, wijkgericht, het helpen van kinderen en ouders en dat die missie ook wordt gedragen door het team;
– ikc’s geboren vanuit praktische overwegingen: teruglopend leerlingenaantal of vanuit dwang van bestuur of gemeente (alleen nieuwbouw voor ikc’s)
Uit onderzoek blijkt dat de ikc’s met een sociale missie beter presteren en een prettigere werkomgeving voor medewerkers hebben. Dan blijkt het gekozen vve-programma van minder belang te zijn.

Uitkomsten discussie

  • Spelen is belangrijk maar dat betekent niet altijd en alleen maar vrij spel. Het spel van kinderen kan/moet leidend zijn maar hoe een begeleider/leerkracht daar vervolgens op inspeelt, het begeleidt, het verrijkt  is zeer belangrijk. 
  • Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld ontluikende geletterdheid. Dit wil je niet doen door de verschoolsing en lesjes, maar je kan hier als pm-er/leerkracht wel in stimuleren vanuit de interesse die het kind hier al in heeft. 
  • Het belang van ruimte en autonomie voor de professional. Het is niet noodzakelijk dat alle medewerkers een hbo-niveau hebben, maar wel dat het team bestaat uit mensen met een verschillend opleidingsniveau. Het is veel belangrijker om te investeren in het professioneel ontwikkelen binnen de werkomgeving en dan met name door ‘training on the job’, evaluatie en reflectie.
    In Denemarken is de evaluatie binnen het centrum door het team het sleutelbegrip voor de verbetering van de kwaliteit. Dat neemt niet weg dat een centrum dat in een neerwaartse spiraal zit mensen van buiten (inspectie) nodig heeft om de weg naar boven weer te vinden.
  • In hedendaagse opvang is, tegen de algemene overtuiging in, juist meer ruimte voor vrij spel. Wat juist is versterkt is het onderscheid tussen ‘pedagogische activiteiten’ en verzorgingsmomenten en vrij spel. Dit onderscheid is juist niet goed. Dit sluit ook aan op de Deense situatie waarbij er sprake is van een totale pedagogische leeromgeving.