Childhood Education and city politics conference 6 en 7 juni 2016

review reis Berlijn, juni 2016
13 juli 2016
reis naar Pistoia, november 2016
16 november 2016

Childhood Education and city politics conference 6 en 7 juni 2016

In het prachtige EYE museum aan het IJ in Amsterdam kwam op 6 en 7 juni een internationaal gezelschap bijeen voor de conferentie ‘Childhood Education and city politics.’

Tijdens het Nederlandse EU-voorzitterschap was het doel van de conferentie de aandacht in Europa te richten op het onderwijs en de opvang van jonge kinderen: een beleidsuitdaging voor gemeenten en instellingen die hun jonge burgers willen stimuleren en voorbereiden op de 21e eeuw.

Tevens ging tijdens de conferentie een internationaal stedennetwerk van start waaraan Amsterdam. Rotterdam, Gent, Kopenhagen, Berlijn en Ljubjljana meedoen.

Initiatiefnemers, organisatoren en sponsors van het geheel waren: gemeenten Amsterdam en Rotterdam, BOink, Child Care International, Het Kinderopvangfonds en de Bernard van Leer Foundation.

Een reeks van internationale sprekers presenteerden uiteenlopende onderzoeken. De centrale lijn was het realiseren van inclusieve opvang en inclusief onderwijs, waarbij het voor de meeste sprekers duidelijk was dat het niet gaat om doelgroepenbeleid, maar om goede opvang en educatie voor àlle kinderen met daarbinnen specifieke aandacht voor doelgroepkinderen.

Speelruimte en risico’s

Tim Gill die in Groot-Brittannië veel onderzoek deed naar speelruimte voor stadskinderen, startte met de buitenspeelruimten in steden: is er nog speelruimte voor kinderen die uitdagend is en vrij van teveel controle van volwassenen? Hij presenteerde voorbeelden hoe kindvriendelijk buitenspel gestimuleerd kan worden voor stadskinderen die niet meer gewend zijn te klimmen en te stoeien en daardoor veelvuldig met breuken in ziekenhuizen terechtkomen. Gill pleitte voor een ‘reframing’ van ons denken over het leren omgaan met risico’s en voor het helpen van kinderen met risico’s om te gaan in plaats van ze te vermijden.

Waarden

Is het in de Scandinavische landen normaal dat beleidsdocumenten (zoals pedagogische beleidsplannen) beginnen met het benoemen van de centrale democratische waarden van een land, in Nederland zijn we daar niet zo van. Juist het expliciteren van inclusieve waarden werd door een aantal sprekers benadrukt, waarden die nodig zijn om inclusieve kinderopvang, onderwijs en gemeentelijke beleid te voeren. Tony Booth presenteerde zijn raamwerk met inclusieve waarden (denk aan: gelijkheid, participatie, vertrouwen, moed, gemeenschapszin) vanuit het principe dat ‘kwaliteit alleen niet voldoende is, maar dat deze gebaseerd moet zijn op (inclusieve) waarden. Hiertegenover staan exclusieve waarden zoals : discriminatie, eigenbelang, consumptie, macht, etc. Een waarde(n)volle start, maar jammer dat Booth niet inging op zijn boek ‘Index for inclusion’ waarin hij heel concreet handreikingen geeft aan scholen en instellingen om zijn inclusieve waarden in praktijk te brengen.

Jammer was ook dat de m.i. topspreker Michel Vandenbroeck (Universiteit Gent) als laatste kwam, op een moment dat veel deelnemers al op een zonnig terras zaten na te praten. Vandenbroeck ging in op de diverse benaderingen van kwaliteit en stelde duidelijk dat de discussie – kinderopvang voor alle kinderen of speciaal voor doelgroepkinderen- in internationaal onderzoeksland een gepasseerd station is. High quality benefits all children. Hij benoemde ook het ‘Europees Raamwerk voor kwaliteit in voorschoolse voorzieningen’ als een belangrijke leidraad voor kwaliteit. (verwijzen naar link of naar CCI master class?)

Janneke Plantenga (School of Economics , Universiteit Utrecht) zorgde voor veel discussie deze dagen. Uit haar altijd gedegen werk presenteerde zij een vergelijkend onderzoek naar het effect van kinderopvang, waarbij ze een vrij beperkte definitie van kwaliteit hanteerde (medewerker/kind ratio en opleidingseisen medewerkers). Naast ‘wat weten we al’ kwam de nadruk sterk te liggen op ‘wat weten we nog niet’. Liever had ik gezien dat ze had herhaald wat ze in het voorwoord van het Pedagogisch Kader ‘Samen Verschillend. Diversiteit in de kinderopvang’ schreef: ‘Economen rekenen graag in termen van economische groei. Maar dat is niet voldoende. Uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van onze samenleving, daarin gaat het ook om noties als solidariteit, gelijkheid en diversiteit. Goede kinderopvang, waarin ieder kind telt speelt daarin een buitengewoon belangrijke rol.’

Burgemeesters

Ahmed Aboutaleb (burgemeester Rotterdam) en Mevrouw Griffey (burgemeester Neuköln, Berlijn) benadrukten als bestuurders van multiculturele steden het belang van burgerschap en educatie. Het gaat niet alleen om het leren van een taal, maar ook om de overdracht van waarden en om het leren van vaardigheden zoals participatie, eigenaarschap en verantwoordelijkheid – zo gaan we op weg naar een ‘we-society’. Daarvoor zijn sterke educatieve voorzieningen nodig, daarvoor is ouderparticipatie en ouderondersteuning nodig en een overdracht van democratische waarden en normen.

City netwerk: jonge kinderen ontdekken de wereld in een stedelijke omgeving.

Tijdens de conferentie was ook de kick off van een stedennetwerk van 6 steden Amsterdam, Rotterdam, Gent, Kopenhagen, Berlijn en Ljubjljana – met als doel het uitwisselen van good practices over het leren van kinderen in een stedelijke omgeving. Er is al veel Europese samenwerking tussen universiteiten, opleidingsinstituten en kinderopvangorganisaties, maar een netwerk van lokale beleidsmakers ontbreekt nog. Per stad doen de volgende deelnemers mee: de gemeentelijke overheid, een opleidingsinstituut voor kinderopvang/onderwijs, en een praktijkinstelling (kinderopvangorganisatie). De komende drie jaar gaan deze steden met elkaar het avontuur aan om van elkaar te leren over speelgelegenheden, kinderparticipatie, inclusie van vluchtelingenkinderen, over de opleiding van professionals en over het te voeren gemeentelijk beleid.

Wat nu?

Wat kunnen we in Nederland met deze waaier van informatie en inzichten? Gaan we op weg een goede opvang en educatie voor àlle kinderen met daarbinnen specifieke aandacht voor doelgroepkinderen? Lopen we daarbij over een ‘wobbling bridge’ (voorbeeld uit de bosspeelplaats van Gill), maar wel op weg naar een gezamenlijk doel? Of waaieren we chaotisch alle kanten op – voor elk wat wils- maar zonder sturing of regie? Ik ben bang voor het laatste, en zou liever het risico van de wobbling bridge nemen.

Anke van Keulen, juli 2016

Comments are closed.