CCI op onderzoek naar de kinderopvang in Lille

Bestuursleden CCI op werkbezoek Slovenië, november 2015
2 december 2015
CCI-Bezoek aan onderwijsraad, november 2015
2 januari 2016

CCI op onderzoek naar de kinderopvang in Lille

DSC01441   DSC01452   DSC01454

In juni 2015 zijn Yvette Vervoort en Ed Hoekstra, bestuursleden van CCI, op oriënterend bezoek geweest in Lille. Ze zijn verrast door de bonte verzameling aan voorzieningen die er bestaan in de kinderopvang, over de zeer grote flexibiliteit in de opvang voor ouders, over het schoolse karakter van de kleuterschool waar kinderen al vanaf hun tweede jaar naar toe kunnen gaan en ook over de grote rol die ouders spelen in de kinderopvang.

De kinderopvang in Frankrijk is een blinde vlek in Nederland. We weten veel over de opvang in Scandinavië, Duitsland, Italië en Engeland, maar in Frankrijk komen we zelden behalve op vakantie. Maar Frankrijk scoort in Europa goed wat betreft het opkrikken van het geboortecijfer (na Ierland het hoogste). Dat heeft te maken met een doeltreffende ondersteuning van gezinnen met jonge kinderen zowel financieel maar ook door het bieden van toegankelijke kinderopvang. Goede redenen voor Childcare International om op onderzoek uit te gaan.

We wilden graag meer te weten komen over:

  • Hoe de kinderopvang er in Frankrijk uitziet?
  • Welke positie ouders hebben in de kinderopvang?
  • Welke rol de gemeentelijke overheid speelt in de kinderopvang?
  • Welke samenwerking er plaatsvindt tussen kinderopvang, basisonderwijs en jeugdzorg?

Natuurlijk waren we ook benieuwd naar de stad zelf, die we alleen maar kenden van de doorreis op weg naar Parijs of zuidelijker.

 

Ondersteuning ouders

De Franse staat ondersteunt jonge gezinnen op verschillende wijzen. Op de eerste plaats door ouderschapsverlof: moeders krijgen bij de geboorte van hun eerste twee kinderen 16 weken volledig betaald verlof en vaders 11 dagen. Bij het derde kind krijgen moeders 26 weken. Jonge gezinnen worden ook financieel ondersteund en op de derde plaats investeert Frankrijk enorm in de uitbreiding van de capaciteit en in de toegankelijkheid van de kinderopvang. De capaciteit verschilt enorm per regio van 9 tot 80 plaatsen per 100 kinderen. Tot 2017 gaat de overheid nog 270.000 extra plaatsen realiseren (100.000 in de collectieve en 100.000 in de individuele opvang en 75.000 in de kleuterscholen). Het ministerie voor gezin gaat nog 17 miljard euro investeren.

 

Drie aanbieders van kinderopvang:

  • Gemeente
  • Private ondernemers; bedrijfsopvang
  • Stichtingen en non-profit instellingen. Hieronder vallen ook de stichtingen die door ouders worden geleid.

 

Een waaier aan voorzieningen voor het jonge kind

In eerste instantie zie je door de bomen het bos niet meer. Je hebt de ons bekende crèche voor kinderen van 3 maanden tot 3 jaar. We hebben een prachtige kleinschalige (21 kindplaatsen) crèche bezocht met een bijzondere bestuursvorm. De crèche is in bezit van een coöperatie met verschillende deelnemers zoals een lokale welzijnsstichting, ouders, de gemeente Lille. De kinderen worden opgevangen op permanente basis, gelegenheidsbasis, urgentie en buitenschools (kleuterschool). Ze komen dus op uiteenlopende dagen en tijdstippen. Onze vraag hoe het stond met de groepsstabiliteit werd in eerste instantie niet begrepen. Het is totaal geen issue. Door de kleine omvang van de crèche kent iedereen elkaar.

Als variant bestaat de micro-crèche met een maximum van 10 kindplaatsen, waar ouders een vast bedrag per uur betalen onafhankelijk van hun inkomen. Veelal privéondernemingen.

De halte-garderie is een combinatie van kinderdagverblijf en oppascentrale. Naast de vaste kinderen kunnen kinderen incidenteel voor een paar uur komen als een ouder bijvoorbeeld een afspraak bij de tandarts heeft. Ouders kunnen plekken en tijdstippen reserveren.

In een arme migrantenwijk hebben we een dergelijke voorziening bezocht. Het consultatiebureau stuurt kinderen met een grote achterstand in hun ontwikkeling naar deze halte-garderie. De plaatsen voor deze kinderen worden volledig gesubsidieerd.

De directrice constateert een zeer groot verschil tussen de kinderopvang en de kleuterschool. Zij geeft de onderwijzeressen les over de ontwikkeling van kinderen. Volgens haar ervaring hebben ze daar geen kennis over.

 

Naast de groepsopvang is er de ons bekende gastouderopvang. De gastouder krijgt een licentie van de inspectie kinderopvang. Je hebt locaties waar 4 gastouders elk maximaal 4 kinderen opvangen buiten hun eigen huis (Maisons d’assistantes maternelles).

Er bestaan ruimten met een betaalde medewerker waar gastouders en de hun toevertrouwde kinderen worden ontvangen (Relais d’assistantes maternelles). Op speciale ochtenden worden ontwikkelingsactiviteiten aangeboden aan kinderen maar ook trainingen en reflectie aan gastouders. Het is de plek waar ouders en gastouders terecht kunnen met allerlei vragen over de opvoeding en ontwikkeling van kinderen. Vooral deze voorziening vonden we zeer aantrekkelijk en goed voor de kwaliteit van de gastouderopvang.

 

Vaak is er een combinatie van voorzieningen in 1 gebouw, de multi-acceuil, zoals crèche, halte-garderie, de ruimten voor de gastouders en speelgroepen, de BSO voor de jonge kinderen. Dit alles onder leiding van 1 directeur. Dergelijke centra vallen onder het Centre Social (welzijns afdeling) van de gemeente. Het is duidelijk dat in deze centra aan de verschillende vragen van ouders kan worden voldaan vanwege het diverse aanbod.

In een kleine stad in de buurt van Lille kwamen we een soort kindercampus tegen waar alle relevante voorzieningen voor ouders met jonge kinderen in een soort park vlak bij elkaar liggen. Zoals kleuterschool, multi-acceuil, consultatiebureau, bibliotheek, muziek- en dansschool en de BSO.

 

De Jardin d’eveil is een soort tussenvoorziening tussen de crèche en de kleuterschool voor kinderen van 2 tot 6 jaar, waar vooral veel aandacht is voor taalontwikkeling en schoolvoorbereiding. Per leidster worden hier meer kinderen opgevangen in vergelijking met de crèche.

 

Alsof dit nog niet genoeg is bestaat er ook nog de mogelijkheid om kinderopvang aan huis te regelen. Een gecertificeerde kinderverzorgster kan tot maximaal 4 kinderen aan huis opvangen. De ouders zijn de werkgever van de kinderverzorgster. Het is ook mogelijk om met twee families samen één kinderverzorgster aan te stellen die beurtelings in één van de huizen de kinderen opvangt. De overheid verstrekt subsidie voor een dergelijke vorm van opvang. Het is dus niet te vergelijken met een nanny.

 

De kleuterschool

Een belangrijke bouwsteen in de voorzieningen voor het jonge kind is de kleuterschool (Ecole Maternelle). Kinderen mogen naar school als ze zindelijk zijn. Kinderen met een grote achterstand in hun ontwikkeling mogen al vanaf hun tweede jaar naar school. De schooltijden zijn ma, di, do en vrij van 8.30 tot 11.30 en van 13.30 tot 16.30 en op zaterdag alleen in de ochtend. De openingstijden zijn wel aan discussie onderhevig. Het onderwijs is gratis. Tussen de middag wordt een warme lunch geserveerd in de kantine.

De kleuterschool heeft klassen van 25 tot 30 leerlingen met 1 leerkracht en 1 assistent met een kinderopvang opleiding. De kleuterschool die we hebben bezocht vonden we zeer schools en cognitief gericht. We kregen de indruk dat er niet heel veel ruimte was voor spelend leren.

 

Buitenschoolse opvang

Voor werkende ouders is de garderie périscolaire (voor-, tussen en naschoolse opvang) als aanvulling op de kleuterschool. Hij is bestemd voor kinderen van 2 tot 6 jaar.

Voor de kinderen die naar de basisschool gaan is er de accueil de loisir, de BSO. De capaciteit kan variëren tussen de 7 en 300 kindplaatsen.

 

Samenwerking onderwijs en kinderopvang

We kregen de indruk dat er weinig tot geen samenwerking bestaat tussen de kinderopvang en de kleuterschool. Er is geen sprake van een doorgaande lijn. In die zin vonden we het in Lille een beetje ouderwets.

Er is 1 halte-garderie in Lille die een goede samenwerking met de kleuterschool heeft. Jonge kinderen die nog niet schoolrijp zijn, maar wel door hun ouders naar school worden gestuurd, worden eerste een paar maanden tot een half jaar in de kinderopvang opgevangen om frans te leren en om met andere kinderen te leren omgaan. De samenwerking is afhankelijk van de directeur van de kleuterschool. Als zij vertrekt moet je afwachten wie de overheid als nieuwe directeur zal aanstellen en hoe die persoon tegen de samenwerking aankijkt.

 

Ouderparticipatie

Een deel van de kinderopvang in Frankrijk wordt gerealiseerd door ouderinitiatieven. Zij hebben voorzieningen opgericht en vormen het bestuur daarvan. Het gaat om 20.000 plaatsen en 40.000 kinderen. Beduidend meer dan in Nederland. De mate van participatie kan sterk variëren van alleen bestuurder tot ook meewerken in de crèche via een rooster.

 

Lille de stad

Die vonden we verassend mooi. We waren zeer gecharmeerd van het Vieux Lille met zijn middeleeuwse straatjes en bebouwing. De stad is het bezoeken waard.

 

Conclusie

Het is zeer interessant om kennis te maken met de Franse kinderopvang. Zaken waar wij Nederlanders iets van kunnen leren zijn:

  • De kleuterscholen waar kinderen vanaf hun tweede of derde jaar naar toe kunnen gaan.
  • Het uitgangspunt dat de families ondersteund moeten worden en dat om die reden de kinderopvang flexibiliteit moet bieden. Dus flexibiliteit versus groepsstabiliteit en hoe ze daarmee omgaan en over denken.
  • De samenwerking tussen de verschillende voorzieningen voor jonge kinderen en hun families.
  • De voorzieningen voor gastouders.

 

 

Ed Hoekstra en Yvette Vervoort

Comments are closed.